Toepassingsvoorwaarden

Algemeen

De Isomur- en Hydromurblokken zijn geschikt voor gebruik in niet-dragende scheidings-, voorzet- of schachtwanden.

Binnenklimaatklasse

De keuze van het gipsbloktype is afhankelijk van de vochtproductie of de aanwezigheid van vocht in de gebouwen, m.a.w. van de binnenklimaatklasse (cfr. WTCB – TV 134 § 5.2. “Binnenklimaatklasse”).

 

  Isomur - Isomur Zwaar Hydromur
Binnenklimaatklasse met de volgende condities I - II I - II - III
Lokaalventilatie en -verwarming verzekerd steeds aanwezig steeds aanwezig
Gebruiksintensiviteit familiaal familiaal
Afwerking in lokalen waar vochtproductie aanwezig is zoals keuken, badkamer, ... materialen met bescherming tegen spatwater (douchewanden zijn uit te voeren en af te werken in daartoe geëigende materialen)

materialen met bescherming tegen spatwater (douchewanden zijn uit te voeren en af te werken in daartoe geëigende materialen)

 

Grafiek Binnenklimaatklasse

klasse I: 1100 Pa < pi ≤ 1165 Pa
klasse II: 1165 Pa < pi ≤ 1370 Pa
klasse III: 1370 Pa < pi ≤ 1500 Pa
klasse IV: pi > 1500 Pa

Op de abcis, θ gemiddelde temperatuur in het gebouw (°C)

Op de ordinaat, φ gemiddelde vochtigheid in het gebouw (%)

pi dampdruk in het gebouw (Pa).

Scheurvorming

Vermits een afgewerkte scheidingswand een stijf geheel vormt en er bij de aansluiting aan andere delen van de constructie (geraamte, enz.), gevaar bestaat voor scheurvorming, dient bij het ontwerpen hiermee rekening gehouden te worden onder meer door:

  •  het voorzien van verticale voegen op regelmatige afstanden (bv. elke 7 m met een max. van 10 m) die afgewerkt worden als soepele voeg; de inplanting van deze voegen moet verenigbaar zijn met de stabiliteit van de wand
  • deuropeningen bij voorkeur uit te voeren over de ganse hoogte bij wanden met lengte (lees veldlengte) 6 m of groter en bij metalen draagstructuren
  •  het beperken van de doorbuiging van de vloeren (doorbuiging die nog plaatsvindt na het plaatsen van de gipswanden d.i. doorbuiging o.i.v. kruip, krimp en nuttige belasting) tot 1/1000 van de overspanning of tot 5 mm.

Uitzetvoegen

De uitzetvoegen van de ruwbouw moeten in elk geval doorlopen in de wand.

Afstand tussen versterkingen

De afmetingen van de wand tussen versterkingen worden beperkt en zullen volgende waarden niet overschrijden:

Dikte Max. hoogte Max. horizontale afstand tussen versterkingen Max. oppervlakte
(mm) (m) (m) (m²)
50 Dikte 50 mm wordt enkel gebruikt als voorzetwand.
70 3,00 6,00 18
80 3,30 6,60 22
10 4,00 8,00 32

In gevallen waar de scheidingswanden een onderdeel vormen van wandpartijen groter dan aangegeven in bovenstaande tabel (bv. trapzalen) kunnen voorgaande waarden met maximum 30 % (voor hoogte) of 15 % (voor horizontale afstand tussen versterkingen) verhoogd worden op voorwaarde dat de opgegeven maximale oppervlakte niet overschreden wordt en de structurele aansluitingen gerespecteerd worden.

Voorbeeld: Hoogte +30 %

Dikte Max. hoogte Max. horizontale afstand tussen versterkingen Max. oppervlakte
(mm) (m) (m) (m²)
50 Dikte 50 mm wordt enkel gebruikt als voorzetwand.
70 3,90 4,60 18
80 4,29 5,13 22
100 5,20 6,15 32

Indien nog hogere wanden gewenst zijn, zal een bijkomende studie moeten uitgevoerd worden waarbij de hieronder aangegeven grenswaarden louter indicatief zijn:

Dikte Max. hoogte Max. oppervlakte
(mm) (m) (m²)
50 Dikte 50 mm wordt enkel gebruikt als voorzetwand.
70 9,00 14
80 9,00 14
100 12,00 25

Wanden waarbij het gevaar bestaat dat, bij het falen van de scheidingswand, brokstukken van de wand op een lager gelegen niveau terecht komen, worden uitgesloten, tenzij bijzondere voorzorgsmaatregelen worden genomen (bv. plaatsing van voldoende veerankers in de zij- en bovenaansluiting).